Send by email

Efficiënt omgaan met energie en water, nevenstromen valoriseren, voedselverliezen beperken en alternatieve voedselbronnen opsporen. Het zijn de leidende cleantech thema’s binnen de werking van Flanders’ FOOD, het ILVO en de Food Pilot. Genoeg stof voor een interview met Erwin Lamot en Lieve Herman.

Welke rol vervullen Flanders’ FOOD, het ILVO en de Food Pilot?

Erwin Lamot, Algemeen Directeur Flanders’ FOOD: Flanders’ FOOD is een strategie-gedreven platform dat door (technologische en wetenschappelijke) innovatie bijdraagt tot een meer competitieve, innovatieve en duurzame agro-foodindustrie. Op deze wijze ondersteunt het de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Vlaanderen.  Doelgroep zijn de voedingsproducerende bedrijven met vestiging in Vlaanderen en hun rechtstreekse toeleveranciers uit de voedselketen (grondstoffen, ingrediënten, hulpstoffen, technologie aanbieders, logistiek/transport/distributie).  Uiteraard werken we ook samen met de ons omliggende regio’s en landen, voornamelijk Wallonië, Nederland en Duitsland.

Lieve Herman, Afdelingshoofd Technologie en Voeding, Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) en CEO van de Food Pilot 

Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) verricht multidisciplinair  en onafhankelijk onderzoek gericht op duurzame landbouw en visserij in economisch, ecologisch en maatschappelijk perspectief. Gebaseerd op dit onderzoek, bouwt ILVO fundamentele en toegepaste kennis op die nodig is voor de verbetering van producten en productiemethoden, voor de bewaking van de kwaliteit en de veiligheid van de eindproducten en voor de verbetering van beleidsinstrumenten als basis van sectorontwikkeling en agrarisch plattelandsbeleid.  ILVO’s onderzoeksactiviteiten zijn gestructureerd in 4 eenheden: Dier, Landbouw en Maatschappij, Plant en Technologie en Voeding Op de eenheid Technologie en Voeding ligt de focus op voedingsgerelateerd onderzoek met onderwerpen als voedselveiligheid en productkwaliteit en productinnovatie enerzijds en  agrotechniek anderzijds. Op gebied van  voedselveiligheid bestuderen onderzoekers  de microbiologische en chemische veiligheid en kwaliteit van voedingsmiddelen van dierlijke en plantaardige oorsprong. Het onderzoek omtrent productkwaliteit en -innovatie focust dan weer op de authenticiteit van dierlijke en plantaardige producten, inclusief GGO’s en allergenen en op de verbetering van de functionele kwaliteit en valorisatie van voedingsmiddelen. Aanleunend bij het voedingsonderzoek opereert de Food Pilot met een dienstenpakket naar de bedrijven in de agro-voedingssector.

De Food Pilot in Melle is een applicatie- en analysecentrum opgericht door Flanders’ FOOD en ILVO, waar de agro-voedingsindustrie haar producten en processen op punt stelt. Bedrijven die bij de Food Pilot aankloppen maken  gebruik van de semi-industriële processing apparatuur en laboanalyses voor het optimaliseren van processen en producten en kunnen beroep doen op een uitgebreide en professionele dienstverlening. Dit proces kan het volledige innovatietraject van idee tot product omvatten, of een welbepaalde stap in dit traject. Het gaat meestal om het omzetten van innovaties van idee tot product, of voor een welbepaalde stap in dit traject. De Food Pilot is ook een platform voor technologieverkenning, en stelt haar demoruimte open voor demonstraties door technologieaanbieders. Op regelmatige basis organiseren we workshops rond innovatieve technologieën.

Welke rol speelt cleantech en duurzaamheid in jullie werking?

Erwin Lamot:  Flanders’ FOOD heeft gekozen om op 3 duurzaamheidsthema’s te focusseren: valorisatie van nevenstromen, voedselverliezen en alternatieve voedselbronnen. De voedselverliezen bij de agro-voedingsproducenten zijn reeds zeer beperkt maar bedragen toch nog altijd 2% van de grondstof. Via een materialenscan, ontwikkeld in samenwerking met OVAM, brengen wij de verliezen in kaart bij de bedrijven zodat zij zich meer bewust worden van de mogelijkheden voor beperking van de verliezen. Voor alternatieve voedselbronnen wordt vooral het potentieel van alternatieve eiwitbronnen onderzocht zoals plantaardige eiwitten (bv lupine, bonen, erwten), insecten, algen en zeewieren. De valorisatie van nevenstromen bevat heel wat opportuniteiten. Zo bekijken we in het NOWaste project of we  de vezels, vitaminen, antioxidanten en mineralen die vandaag in reststromen teloor gaan kunnen recupereren en valoriseren. We gaan na uit welke nevenstromen we met een mild extractieproces bijvoorbeeld pectine kunnen produceren, en vergelijken de performantie met het vandaag gangbare productiemethode uit citrus.

Lieve Herman:  Andere projecten met betrekking tot de valorisatie van nevenstromen zijn het vanuit de Europese Commissie gesteunde NOSHAN project, waar reststromen uit landbouw en zuivel tot veevoederingrediënten (bulk en additieven) worden gevaloriseerd. Het ILVO, VITO en het Gentse Nutrition Sciences zijn de Vlaamse projectpartners. Ook in het SUNNIVA project hopen we de groententeelt te optimaliseren, en reststromen tot voeding, voeder en bodemverbeteraars te valoriseren. Het gebruik van tuinbouwreststromen, visserijreststromen en compostering als systeeminnovatie komt aan bod in het GeNeSys project dat vanuit ILVO wordt gefinancierd en waar de expertise vanuit de verschillende ILVO eenheden wordt gecombineerd.

Dit zijn beloftevolle onderzoeksprojecten. Kan u enkele realisaties noemen?

Lieve Herman: Mooie realisaties van de Food Pilot op dit vlak zijn de valorisatie van de resten van veenbessen, frambozen, aardbeien, bosbessen en cassis.  Dit gebeurde samen met Eco Treasures uit Lokeren, dat olie perst uit pitjes voor de voedingsindustrie en de cosmeticasector. De droge perskoek uit de sappenindustrie blijkt een prima ingrediënt om te verwerken in zandkoekjes. Een ander voorbeeld is het Fruitbedrijf Nickmans uit het Limburgse Halen. Samen met dit bedrijf hebben onze voedingstechnologen het Vaqulic procedé van zuurstofvrij persen van peer en appel op punt gezet. Dit werken onder vacuüm voorkomt de bruinkleuring en de ermee gepaard gaande verlies van anti-oxidatieve eigenschappen. Deze treden immers op bij blootstelling aan zuurstof tijdens de persing. Ook werd aandacht besteed aan de juiste afstelling van de parameters (verhittingstemperatuur, duur, terugkoeling) tijdens de verhittingsstap, die nodig is om de bewaring te verlengen.

Het is geen geheim dat de voedingsindustrie grootgebruiker is van Energie en Water. Welke aandacht krijgen deze cleantech thema’s?

Erwin Lamot: Voor energie  maakten we de afspraak dat dit het domein is van FEVIA, net zoals Water het domein is van Vlakwa, het Vlaams Kenniscentrum Water.

Lieve Herman: Uiteraard zijn Energie efficiëntie en het spaarzaam omgaan met water onlosmakelijk verbonden met de duurzaamheidsthema’s die in onze projecten en onderzoek aan bod komen. Zo is energie efficiëntie een belangrijke driver in het Flanders’ FOOD INNODRY project, dat door het ILVO en de Food Pilot uitgevoerd wordt.  Drogen wordt in de voedingsindustrie frequent toegepast als stabilisatie- en concentratietechniek. De conventionele droogtechnieken zijn echter vaak gekenmerkt door een lange tijdsduur en een hoge energiekost. Daarnaast gaan sommige droogtechnieken gepaard met hoge producttemperaturen, welke een negatieve impact (kunnen) hebben op de kwaliteit van het product.

In het INNODRY project zal het gebruik van het innovatieve ‘Refractance Window’ droogproces (RWD) worden onderzocht. RWD is een robuuste, energie-efficiënte dunne film droogtechniek waarbij warm water thermische energie overbrengt op het product. Hierbij wordt het te drogen product in een dunne laag op een transparante plastic band gebracht, welke boven een warm waterbad beweegt. De gedroogde producten worden vervolgens over een koud waterbad getransporteerd waarna ze van de transportband worden afgeschraapt (Figuur 1). Gezien de korte verblijfsduur (3 – 5 min), de relatief lage producttemperatuur (meestal <70°C), de hoge warmte-overdracht (99%) en de recyclage van de warmte, scoort deze techniek zowel op economisch als op ecologisch vlak beter in vergelijking met vriesdrogen. Door zijn automatische werking en de eenvoudige reiniging van de transportband worden bovendien de werkkosten gereduceerd. Daarnaast resulteert RWD in een eindproduct met een vergelijkbare of zelfs hogere kwaliteit wat betreft het behoud van bioactieve componenten en kleur vergeleken met het gevriesdroogde product.

Deze veelbelovende techniek werd in de Verenigde Staten reeds toegepast om zowel vloeibare producten alsook om fruit en groenten te converteren tot poeders en concentraten.

In Europa wordt deze techniek echter nog niet toegepast. Dit project zal de RWD droogtechnologie evalueren voor plantaardige en dierlijke stromen. Hierbij zullen de eigenschappen van de gedroogde producten in kaart gebracht worden en vergeleken worden ten opzichte van conventionele droogtechnieken. Na afloop van het project zal de meerwaarde van RWD voor elk potentieel bedrijf kunnen ingeschat worden. Indien positief, zal ILVO de doorontwikkeling van RDW actief ondersteunen en bijvoorbeeld Vlaamse machinebouwers uitnodigen mee te helpen de technologie ruim ingang te laten vinden.

 

‘Refractance Window’ droogproces (RWD) is een energie-efficiënte dunne film droogtechniek waarbij warm water thermische energie overbrengt op het product. Hierbij wordt het te drogen product in een dunne laag op een transparante plastic band gebracht, welke boven een warm waterbad beweegt.

 

Erwin Lamot
Algemeen Directeur
Flanders’ FOOD

 

 

Lieve Herman
Afdelingshoofd
ILVO