Send by email

Op het vlak van een klassieke parameter als ‘ton overslag per jaar’ is Oostende beslist niet de topper. Maar de rol die het als offshore service specialist in een Blue Growth doelstelling opneemt, is gigantisch. De haven van Oostende is immers speciaal uitgerust voor de verwelkoming van de grote offshore windmolen spelers als MHI Vestas, Senvion, GE (Alstom), …  en daaromheen zijn heel wat mogelijkheden voor innovatieve kmo’s.

Hoe zou u de rol van Oostende kunnen positioneren als thuisbasis voor Blue Growth?

Paul Gérard, Gedelegeerd bestuurder AG haven van Oostende - Allereerst leveren de 232 Belgische windmolens op de Noordzee een belangrijke bijdrage aan de Belgische doelstelling op het vlak van hernieuwbare energie. Tezamen staan ze in voor de energievoorziening van maar liefst 750.000 gezinnen. En er is meer op komst. De doelstelling is uit te komen op 450 windmolens met een totale capaciteit van 770 TWh en een jaarlijkse elektriciteitsopbrengst van 8.085 TWh, zijnde 9,5% van het elektriciteitsverbruik in België.

Maar zaken doen op het vlak van windenergie vraagt om aangepaste maritieme infrastructuur met aangepaste zware lastkaaien en opslagruimten. Kaaien dienen voorzien te zijn om efficiënt componenten voor windmolens te behandelen, op te slaan, te vervoeren, te assembleren, te transporteren, enz. De haven van Oostende werd in 2011 met een investering van 5 miljoen EURO speciaal uitgerust met aangepaste laadkaaien en opslagruimtes. Zo kunnen we zonder beperkingen mondiale spelers in de offshore windenergie onthalen.  Dankzij het publiek-privaat partnership Renewable Energy Base Oosten (NV REBO), met de ARTES Group, DEME Blue Energy, Offshore & Wind Assistance, Participatiemaatschappij Vlaanderen, en de inspanningen van mijn team, kunnen we ons als service haven voor de Blue Growth profileren als geen ander.  Als windenergie drie verschillende pijlers inhoudt, namelijk installatie, onderhoud en decommissioning, dan zijn we naar de toekomst alvast stevig uitgerust om voornamelijk onderhoud voor onze rekening te nemen! Maar innovatie en continue verbetering van werkmethodes blijven belangrijk, zeker in een omgeving waar er voortdurend druk is op de kostprijs van energieproductie op zee.

De nieuwe rol houdt ongetwijfeld nieuwe vaardigheden en focus in. Hoe wordt een haven een state-of-the-art offshore service port?

Paul Gérard  - We zijn inderdaad meer dan alleen maar een assemblagelocatie voor windmolens, waar schepen even in en uitvaren. In Oostende ballen we kennis, beste praktijken, en onderzoek samen tot een sterke cluster, gesitueerd in de Ostend Offshore Village. Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Om offshore venture winstgevend te maken, dient de elektriciteitsproductie op zee voortdurend gemeten en onder controle gehouden te worden in relatie tot het net en de prijszetting. Om dit efficiënt te doen, moeten windparkmanagers dagelijks interactie onderhouden met diverse aannemers, dienstenleveranciers, turbinebouwers, enz. Windparkmanagers als C-Power, Otary, en Parkwind kozen ervoor om hun hoofdkwartier in de Haven van Oostende te vestigen net omwille van de omkadering die we bieden.  En we zetten nog verdere stappen want een grote diversiteit aan competenties is geen overbodige luxe en dat beseffen we. Denk aan alle facetten die bij engineering komen kijken: van IT over chemical engineering tot nautische vaardigheden. Zo herbergt onze haven ook het FALCK opleidingscentrum dat een belangrijke rol vervult in ons Ostend Offshore Village.

In welke mate biedt de haven van Oostende ook aan innovatieve kmo’s mogelijkheden om een rol op te nemen in dit specifieke ecosysteem op het vlak van offshore wind en Blue Growth?

Paul Gérard  - Blauwe energie oogsten houdt niet alleen de nieuwbouw en installatie van enkele palen in zee in.  Concreet gaat het om de omkadering op het vlak van onderhoud, veiligheid, zekerheid van opbrengst, en duurzaamheid. We slaagden erin om op al deze facetten bedrijven te groeperen in onze offshore village, gaande van innovatieve start-ups tot vertegenwoordiging van grote mondiale spelers. Ik denk aan Xant (middelgrote 100 kW windturbines), GEOxyz (underwater survey and crew transfer), Survitech (onderhoud en controle van reddingsvlotten), … die naast grote spelers als Senvion, Vestas, GE (Alstom), … vanuit onze Oostendse haven opereren.

Daarnaast zie ik ook enkele innovatieve kmo’s en projecten als Flansea en Laminaria inzetten op golfslagenergie, en er zijn ook plannen op het vlak van getijdenenergie. De redelijk gematigde golfslag van de Noordzee maakt immers dat we als slim testbed kunnen fungeren voor dit soort innovaties.

We zetten ook stevig in op marine en maritieme industrie. Windmolenparken creëren immers opportuniteiten voor offshore aquacultuur, mariene biotechnologie, algencultuur en –oogst, enz.

Op vlak van onderzoek zijn we, naast het “Fabrieken van de Toekomst”- initiatief van de Provincie West-Vlaanderen, omkaderd door het ILVO en het VLIZ. Bovendien beschikken we in Oostende over GreenBridge, een incubator voor het onthaal en begeleiding van innovatieve kmo’s die o.a. in hernieuwbare energie en Blue Growth een rol willen opnemen.


Vol au vent, het nieuwe offshore installatieschip van Jan De Nul Group - Installatie van windmolens vanuit de haven van Oostende

CONTACT


Paul GERARD
Gedelegeerd Bestuurder
Port of Oostende
Slijkensesteenweg 2 – 8400 Oostende
T: +32 59 340711
E: Paul.Gerard@portofoostende.be