Send by email

Ook binnen het verpakkingsgebeuren van de voedingsindustrie moeten de 3P’s (People – Planet – Profit) op harmonieuze wijze gecombineerd worden. Hier zijn naast de typische procesgerelateerde elementen zoals het energiebeheer en de waterhuishouding, de verpakkingsmaterialen in relatie tot behoud van voedselkwaliteit om voedselverliezen te reduceren, belangrijke duurzaamheidsaspecten.

Als gevolg van de snel dalende beschikbaarheid van aardolie komt de toekomst van traditionele kunststoffen in het gedrang. Meer dan 50% van de producten worden immers in plastics verpakt in West Europa. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid hebben zij het nadeel dat zij ruwe olie nodig hebben, hoewel dit weliswaar beperkt is tot 4% van ‘s werelds olieproductie. In hun productieproces van kunststoffen komen broeikasgassen (zoals koolstofdioxide en methaan) vrij. Zij zijn niet biologisch afbreekbaar waardoor zij een groot afvalprobleem zijn. Deze nadelen vormen een belangrijke stimulans voor onderzoek en ontwikkeling van meer duurzame verpakkingsmaterialen zoals bio-gebaseerde en/of biodegradeerbare materialen zoals polymelkzuur, biogebaseerd polyethyleen, … Dikwijls zijn hun eigenschappen, zoals sterkte, gasdoorlaatbaarheid, transparantie, … tegenwoordig nog niet optimaal om voedsel correct te verpakken en een goede kwaliteit met juiste shelf life te garanderen. Uitgebreid onderzoek over heel de wereld richt zich op het optimaliseren (blending van diverse polymeren, nanotechnologie toepassen, additieven toevoegen, …) van hun eigenschappen zodat zij meer en meer de plaats in de markt kunnen innemen van de olie-afhankelijke kunststof verpakkingsmaterialen. Een duurzaam bio-materiaal met optimale verpakkingseigenschappen en kwaliteitsbehoud van het voedselproduct draagt op zijn beurt dan ook bij tot reductie in voedselverliezen. De belangrijkheid van het materiaal in het duurzame verpakkingsgebeuren toont OVAM in een recent gepubliceerd rapport ‘Voedselverlies en verpakkingen’. Zij concludeerden dat verpakkingen voedselverlies kunnen voorkomen. Twee voorbeelden ter illustratie: vlees meer verpakken en zo voedselverlies voorkomen, is haast altijd te verantwoorden, zelfs de zwaarste vacuüm skin verpakkingen wordt al gecompenseerd als minstens 1,2% minder verloren gaat; zo is omschakelen naar kleinere mini-porties voor smeerkazen al gecompenseerd als er 2% minder voedsel verloren gaat. De milieu-impact van extra verpakkingsmaterialen is dikwijls te verwaarlozen ten opzichte van de milieu-impact van het voedsel dat verloren gaat door een ‘verkeerde’ verpakking.

De voedselgerelateerde milieubelasting van huishoudens zit voor ruim 10 % in verpakkingen, 15 % in voedselverlies en voor de rest in de aankoop van producten. Er is dus milieuvoordeel te halen door meer aandacht te besteden aan voedselverspilling dan aan verpakkingen.

De onderzoeksgroep VerpakkingsCentrum/imo-imomec van de Universiteit Hasselt draagt duurzaamheid in het onderzoek hoog in het vaandel. Zijn werking concentreert zich op (verpakkings)materialen en verpakkingen (www.VerpakkingsCentrum.be). De onderzoeksgroep werkt aan diverse duurzaamheidsaspecten in dienstverleningsopdrachten en onderzoeksprojecten o.a. gelinkt met de voedingsindustrie. Hier volgt een actueel overzicht.

  • Optibarrier, een IWT-goedgekeurd onderzoeksproject onder leiding van Pack4Food (www.pack4food.be) van UGent, onderzoekt in samenwerking met diverse onderzoeksinstellingen, waaronder het VerpakkingsCentrum, het centrale vraagstuk ‘oververpakken versus onderverpakken’ in levensmiddelenverpakkingen. ‘Is het gebruikte verpakkingsmateriaal wel het meest optimale materiaal om de houdbaarheid van de levensmiddelen te garanderen?’ Duurzaamheid in termen van zowel materiaalgebruik (bv. monolaags versus multilaags versus biomateriaal) als het reduceren van voedselverliezen krijgt hierin de nodige aandacht. Voor het verpakte levensmiddel worden de eigenschappen van het materiaal gelinkt aan de functionaliteit van het materiaal in termen van kwaliteit (o.a. microbiologisch bederf) en veiligheid (o.a. migratie).
  • ULTRASEAL (IWT-goedgekeurd TETRA-project) en het recent ingediende internationale CORNET-project EVOCOSEAL project, beogen het sealproces als laatste stap in het inpakproces te optimaliseren. Specifiek voor de voedingsindustrie is één van de meest voorkomende problemen in het verpakkingsproces de contaminatie van het sealoppervlak met vast en/of vloeibaar product (korrels, opspattende vloeistof, waterdamp, enz..).
    Afhankelijk van het type verpakkingsmateriaal en het type contaminatie, kan de sealsterkte tot 88% afnemen. Marktonderzoeken met consumentenverpakkingen wijzen uit dat meer dan één derde van de seals van onvoldoende kwaliteit is. Bij 58% van de gevallen is contaminatie van de seal de hoofdoorzaak voor defecte verpakkingen.
    In het kader van voedselveiligheid en volksgezondheid is de integriteit van voedselverpakking cruciaal. Daar willen deze onderzoeksprojecten aan bijdragen. Het VerpakkingsCentrum/imo-imomec  i.s.m. MEBIOS (KU Leuven) en Fraunhofer IVV (Duitsland, Dresden) onderzoekt de performantie van het sealen (conductief t.o.v. ultrasoon t.o.v. laser sealen) in combinatie met contaminatie en verschillende verpakkingsmaterialen. De verworven inzichten zullen de voedingsindustrie in staat stellen om verpakkings- en voedselverliezen te reduceren, om productieprocessen te innoveren en uiteindelijk om de voedselveiligheid te verbeteren. Producenten van voedingsproducten en inpakkers zijn daarenboven wettelijk verplicht acties te ondernemen om nadelige gevolgen voor klanten te voorkomen.
  • Duurzame verpakkingsdoelstellingen zijn eveneens te vinden in het heel recent (februari 2016) ingediende TETRA-project Screen Pack. In samenwerking met het Vlaams Instituut voor Logistiek, Fost Plus en VAL-I-PAC wordt in dit onderzoeksproject specifiek gefocust op de transportverpakking in klassieke bedrijfsvoeringen en e-commerce bedrijven. Producttransport met een minimum aan productverlies/-beschadiging en tegen een zo laag mogelijke kost voor milieu en bedrijf zijn meer dan ooit een belangrijk aspect voor een concurrentiële positie op de markt. Gebrek aan tijd, kennis en financiële middelen worden vaak aangehaald als redenen voor een niet-efficiënte verpakking. Een optimalisatie in wegtransporten  als gevolg van het verbeterd beleid m.b.t. transportverpakkingen draagt bij aan een verdere gemiddelde logistieke kostenbesparing (8%) en een verminderde CO2-uitstoot (9%). In dit onderzoeksproject wordt in een 20-tal casestudies in bedrijven het gebeuren m.b.t. transportverpakkingen intensief gescreend. Preventie- en optimalisatiemogelijkheden worden per casestudie voorgesteld en opgevolgd tot implementatie. Uiteindelijk doel: een websitetoepassing met een checklist en knowledge database o.b.v. voorgestelde duurzame adviezen zodat een zo breed mogelijke verspreiding en implementatie van resultaten kan gerealiseerd worden.

Bovenstaande projecten zijn allen in sterke interactie met bedrijven, ook voedingsbedrijven. Leden van de gebruikersgroepen sturen mee in de projectinhoud en ‑uitvoering. In alle projecten zijn bedrijven nog steeds welkom om deel te nemen! Volgende personen kunnen gecontacteerd worden voor meer informatie:

Auteurs: Prof. dr. Roos Peeters, (roos.peeters@uhasselt.be), Dr. ing. Nadia Lepot, (nadia.lepot@uhasselt.be),Ing. Dimitri Adons, (dimitri.adons@uhasselt.be)

Meer informatie: http://www.uhasselt.be/verpakkingscentrum

Het onderzoekscentrum VerpakkingsCentrum gevestigd in het Technologiecentrum in Diepenbeek