Send by email

Met een 500-tal leden en strategisch scherp gekozen projecten is het VIL vandaag een onmisbare schakel in dit stukje West-Europa dat zich terecht als TIER1 logistieke hub profileert. Innovatie, focus op business case en ROI gaan daarbij hand in hand met de zorg om een duurzame toekomst voor Vlaanderen als logistieke draaischijf van Europa te vrijwaren.

Liesbeth Geysels, Managing Director bij VIL: Het VIL helpt Vlaamse bedrijven om innovatieve logistieke projecten te realiseren en zo hun competitiviteit te verhogen. Focus ligt op toegepast onderzoek: praktisch onderzoek, inclusief Proof of Concept, berekening van de business case en ROI. Het VIL brengt bedrijven uit diverse sectoren bij elkaar en biedt zo tevens unieke netwerkmogelijkheden (congressen, seminaries, bedrijfsbezoeken, themacafés, matchmaking events,…). De primaire doelgroep van het VIL zijn verladers/producenten en logistieke dienstverleners. Daarnaast kunnen ook bedrijven en instanties die rechtstreeks of onrechtstreeks met logistiek te maken hebben, aansluiten bij het VIL zoals terminaloperatoren, ICT-leveranciers, engineering, interim, bouw en vastgoed. Het VIL telt een 500-tal leden.

De projecten van VIL kaderen binnen vijf domeinen: duurzame logistiek, e-commerce, intelligente logistiek, interne logistiek en netwerklogistiek.

Collectieve, deels gesubsidieerde onderzoeksprojecten spelen een belangrijke rol. De financiële drempel voor bedrijven om logistieke innovatieve concepten en technologieën te initiëren en te implementeren, wordt hierdoor aanzienlijk verlaagd. Sinds 2010 hebben al meer dan 300 bedrijven deelgenomen aan VIL-projecten.

Kan u een voorbeeld noemen van een recent VIL-project op het kruispunt van logistiek en cleantech?

Liesbeth Geysels: Meerdere VIL-projecten bevinden zich op dit kruispunt aangezien duurzame logistiek een van de VIL focus domeinen is.  ‘Flanders Recycling Hub’ is een recent opgestart project waar onderzocht wordt op welke manier de gunstige (havengebonden) logistieke uitgangspositie van Vlaanderen en de aanwezige knowhow op het vlak van recyclage aangewend kunnen worden om Vlaanderen t.o.v. andere recyclage regio’s definitief op de kaart te zetten. Met dit thema van ‘take back logistics’ speelt het VIL in op de huidige tijdsgeest en toekomstige trends (cradle-to-cradle, circulaire economie,…). De recyclage sector staat voor een business die jaarlijks groeit en waarvan de wereld zich steeds meer bewust wordt. Daarnaast biedt een focus op recyclage interessante groeimogelijkheden voor de gespecialiseerde industrie (Umicore, Galloo,… zie vorige FCA nieuwsbrief), de logistieke dienstverleners, de afvalsector en de rederijen. Het project startte in juni 2015 en loopt nog tot einde 2017. Het lijstje van 26 deelnemende bedrijven oogt indrukwekkend: 3M, Agfa Graphics, Alders Internationaal Transport, BASF, Bebat, Belgian Scrap Terminal, Bollegraaf Recycling Solutions, Cemlog, De Neef Chemical Processing (DNCP), Fostplus, Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, GTS, Havenbedrijf Gent, Haven van Zeebrugge, Indaver, IOK, IVBO, Kunnig, Maatschappij Linkerscheldeoever, POM West-Vlaanderen, Ravago Production, Recmix, Sureca, Umicore, Van Gansewinkel en Vanheede Environmental Logistics.

Er wordt veel gesproken over pakjesleveringen met drones

Liesbeth Geysels: Pakjesleveringen met drones op grote schaal zijn voorlopig nog toekomstmuziek. Drones die de voorraad opnemen in een magazijn of de materialen en equipment op een buitenterrein controleren, inclusief moeilijk bereikbare plaatsen, bieden daarentegen meer kansen op korte termijn. Een van de redenen waarom drones eerder in een magazijnomgeving of op ‘yards’ zullen worden gebruikt dan in het pakjesvervoer, is dat zij volledig op privédomein kunnen opereren. Er zijn dus veel minder wettelijke beperkingen. Daarom lanceerden we ook een project rond de inzet van drones – of vliegrobotten in een logistieke omgeving. Drones worden al gecommercialiseerd, de cameratechnologie heeft geen geheimen meer. Het VIL wil met dit project dieper ingaan op de technische en economische haalbaarheid van de inzet van drones, en operationele en investeringskosten beter kunnen inschatten. Twaalf bedrijven nemen deel aan dit project.

Drones in magazijnen, de spreekwoordelijke ‘eye in the sky’

Retailers verkopen meer en meer zowel via winkels als webshops. In de praktijk zijn e-commerce en winkels vaak gescheiden verkoopkanalen met eigen voorraden en afleveropties. Moet hier niet op ingespeeld worden?

Liesbeth Geysels: Inderdaad, want de logistieke ketens van online en offline verkoop zijn vaak volledig van elkaar gescheiden. Om tegemoet te komen aan de gewijzigde klantenvereisten en om de efficiëntie van het proces te vergroten is het nodig om beide logistieke ketens zoveel mogelijk te integreren. Doelstelling van het VIL-project ‘Omni-channel in de logistiek’ is dan ook de integratie van de (nu nog gescheiden) ‘online’ en ‘offline’ logistiek. Klassieke retailers en fabrikanten gebruiken naast distributie via fysieke winkels ook meer en meer het internet en e-shops als verkoopkanaal. Daarnaast zijn er ook aanbieders die in eerste instantie via e-shops werkten maar die nu ook producten ter beschikking stellen in fysieke winkels (bv. Coolblue). Elk van deze verkoopkanalen heeft/had zijn eigen specifieke eigenschappen en de gebruikers ervan specifieke wensen op vlak van aanbod, beschikbaarheid, levering enzovoort. De logistieke ketens van beide kanalen zijn vaak volledig van elkaar gescheiden (= multi-channel). Om tegemoet te komen aan de gewijzigde klantenvereisten en om de efficiëntie van het proces te vergroten is het nodig om beide logistieke ketens zoveel mogelijk te integreren. Dit noemen we omni-channel. Doelstelling van dit project is dus de integratie van de (nu nog gescheiden) ‘online’ en ‘offline’ logistiek.

Op basis van grondig onderzoek en analyse van best practices in het buitenland wil het VIL het ideale omni-channel model uitwerken. Na de business cases zal vervolgens een roadmap uitgewerkt worden die inzicht geeft in de verschillende stappen die noodzakelijk zijn om op een efficiënte wijze omni-channel logistiek te implementeren.

Twaalf bedrijven willen weten hoe hun processen aan te passen aan de omni-channel trend en stappen mee in het project: Aveve, bpost, Coca-Cola, DCM, Delhaize, Dockx Logistics, Dreamland, Makro, P&G, PostNL, Special Fruit en TDL Group.

Men zegt van 3D Printing als specifieke vorm van additive manufacturing technologie dat het grondstofbesparend en dus ‘clean’ is. Wat is het effect op logistiek mocht 3D Printing straks ruim ingevoerd geraken voor bijvoorbeeld wisselstukken ?

Liesbeth Geysels: Het VIL onderzocht in 2014 samen met dertien bedrijven de technologische mogelijkheden van 3D printing en toetste die af aan logistieke operaties, met inderdaad focus op de wisselstukkenmarkt. De resultaten stelden we in het voorjaar voor op een slotevent.  Conclusie van het onderzoek: de mogelijkheid om met 3D printing technologie wisselstukken aan te maken bestaat, maar de kostprijs, snelheid van printen, beschikbare materialen, de typische stukken die in aanmerking komen, en de printkwaliteit zorgen er vaak voor dat het niet rendabel is. Dus zo snel zullen er geen logistieke effecten zijn door deze technologie want het potentieel voor wisselstukken is nog uitermate beperkt.

Potentieel kan wel gevonden worden bij nauwelijks gebruikte wisselstukken (minder opslagruimte, transportkosten en kapitaalbeslag), wanneer de mal of leverancier niet meer bestaat of bij lange levertermijnen van een cruciaal onderdeel met production break down tot gevolg. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan de kosten van gemiste productie wanneer een generator uitvalt.

Het VIL ontwikkelde een selectietool die bedrijven moet helpen onderdelen te selecteren die voldoen aan de criteria om economisch rendabel printen mogelijk te maken.



Liesbeth Geysels
Managing Director
Vlaams Instituut voor de Logistiek VZW – VIL
Flanders Institute for Logistics
Koninklijkelaan 76 - 2600 Berchem
T: +32 3 229 05 00 – W: www.vil.be